Home

Geschiedenis van de harp - 3

Momenteel beleeft de barokharp (zowel de Spaanse als de Italiaanse) een ware renaissance door vernieuwde interesse van de kant van specialisten oude muziek. Denk maar aan bijvoorbeeld Andrew Lawrence-King. Er komen steeds meer bouwers van authentieke instrumenten, zoals Simon Capp. Ook komen er opleidingen barokharp aan diverse conservatoria. Het instrument wordt steeds vaker opgenomen in de continuogroep, naast chittarone, theorbe en luit.

Ook in Duitsland probeerde men een oplossing te vinden om halve tonen te kunnen spelen. Men stapte af van de meerdere rijen snaren, ging terug naar een instrument met één rij snaren, en monteerde haakjes bovenaan de hals van de harp, die je handmatig kon omzetten en zo de bijbehorende snaar een halve toon verkorten / verhogen. Zo werd in Duitsland de hakenharp ontwikkeld.

Duitse hakenharp uit begin 18e eeuw, hoogte 1.63 m

 

In Frankrijk werd dit hakensysteem veel beter uitgewerkt: de haakjes bovenaan de harp werden verbonden met voetpedalen. Rond 1720 bouwde ene Hochbrucker een harp waarbij toonsveranderingen konden worden verkregen via voetpedalen, de enkelvoudige pedaalharp. De harp werd gestemd in Es-gr. of As-gr. Door middel van zeven pedalen, die elk correspondeerden met een toon uit de toonladder, kon je alle tonen eenmalig een halve toon verhogen.
Vanaf de 18e eeuw krijgt Frankrijk een wereldnaam op harpgebied door enkele geniale bouwers van pedaalharpen, zoals Naderman, Erard en Cousineau. Deze harpen waren frèle gebouwd. Het was 'in' om harp te spelen onder de adel, als je als adellijke dochter geen harp speelde, telde je niet mee. Beroemde dames die harp speelden waren Marie-Antoinette, vrouw van Lodewijk XVI, en Josépine de Beauharnais, vrouw van Napoleon.

18e eeuwse enkelvoudige pedaalharp gebouwd door Cousineau, wordt verondersteld te hebben toebehoord aan koningin Marie-Antoinette
Instrumentenmuseum te Parijs

Enkelvoudige pedaalharp,
gebouwd door Naderman
Gemeentemuseum te Den Haag


enkelpedaalharp, met glas aan de achterkant van de hals, zodat de uitvinding van dit pedaalmechaniek kon worden bewonderd!

'Lady with a harp: Eliza Ridgely', schilderij
uit 1818 van Thomas Sully

nog een voorbeeld van een enkelvoudige pedaalharp

Sébastian Erard vond rond 1780 de dubbelpedaalharp uit. Elk pedaal heeft nu drie i.p.v. twee standen. Je kunt nu elke noot twee keer een halve toon verhogen, d.w.z. dat het nu mogelijk is om in alle toonaarden te spelen. Erard vond ook de draaischijfjes uit, zodat het pedaalmechaniek minder ging rammelen en minder onzuiver werd.

het dubbelpedaalmechaniek in detail, uitgevonden door Erard

Sébastian Erard

 

De moderne orkestharp heeft een groot toonbereik: op de piano na het grootste van alle orkestinstrumenten. Het instrument heeft 47 snaren (6 1/2 oktaaf). Om een snaar wat makkelijker te vinden zijn alle C-snaren rood en alle F-snaren blauw gekleurd. De hogere snaren zijn gemaak van darm, de bassnaren van metaal. Aan de bovenkant van het instrument zitten de stempennen. Onder aan het instrument zitten zeven pedalen. Deze pedalen staan, d.m.v. metalen stangen die door de zuil lopen en die op hun beurt zijn verbonden met metalen platen in de hals van de harp, in verbinding met de snaren. Ze kunnen in drie verschillende standen staan, en de snaren een halve of hele toon verhogen. Dat gebeurt door de snaar korter te maken d.m.v. een draaischijfje dat de snaar afklemt. Zie de afbeelding hieronder. Als het pedaal in positie A staat geeft de snaar de laagste toon (mol). In positie B wordt een deel van de snaar d.m.v. een schijfje klem gezet, zodat het niet meer kan trillen. De snaar wordt een halve toon hoger (hersteld). Als het pedaal in positie C staat, wordt de snaar iets verderop met een tweede schijfje klem gezet. De snaar wordt nu nog een halve toon hoger (kruis). Ieder pedaal correspondeert met een toon uit de toonladder. Met je linkervoet bedien je de pedalen van de B, C en D snaren, met je rechtervoet die van de E, F, G en A snaren.

wIn de 19e eeuw wordt de belangstelling voor de harp als orkestinstrument ontwikkeld door componisten als Wagner en Tchaikovsky, en heden ten dage neemt de harp een vaste plaats in het symfonie orkest in.
Internationaal transport kwam op gang, zo werden ook de teergebouwde Franse harpen naar Amerika verscheept. Deze harpen overleefden wel het gematigde Europese klimaat, maar niet de extreme temperatuursverschillen in Amerika! Daarom kwamen er twee Amerikaanse bouwers, Lyon & Healy en Wurlitzer, die stevigere instrumenten gingen bouwen. In 1910 vond Lyon & Healy de uitgebouwde klankbodem uit, waarmee het instrument meer volume kreeg en beter kon worden geïntegreerd in het orkest.

| deel 1 | deel 2 | deel 3 |

Wanneer je aanvullingen, correcties en / of opmerkingen hebt ten aanzien van 'De geschiedenis van de harp' houd ik mij warm aanbevolen: mail!